Maak bewust gebruik van het onbewuste
Ideeën komen op vele manieren tot stand. Soms onbewust door een individuele ingeving zonder aanleiding, soms juist naar aanleiding van een gebeurtenis. Soms ook bewust met het organiseren van een bijeenkomst met het doel te komen tot een bepaalde oplossing; soms is er eerst spontaan een oplossing waarvoor daarna pas een probleem werd gezocht.
In de praktijk blijken er vele ideewegen te zijn die naar Rome te leiden. In dit hoofdstuk van de DienstenKIT enkele gereedschappen die u onderweg onverwacht kan tegenkomen maar wel helpem om Rome te bereiken. (Op Technieken ideeën manieren die helpen doelbewust tot ideeën te komen.)
Het is beslist geen compleet overzicht want inderdaad, véle wegen leiden naar Rome. Maar toch…
De alfabetische volgorde moet u ene klein beetje helpen.
Betrokkenheid
Bureau collega
Decisionroom
Enneagram type 2
Entrapreneurship
Erg, erger, ergernissen
Geen idee?!
Goed, beter, best…
Gooi het in de groep
Inhaken
Inspraak
Irritante gebeurtenissen
Klachten(afdeling)
Koffieautomaat
Lunchafspraak
Meditatieruimte
Naamgeving
Noteermoment
Notitieboekje
Omstandigheden ‘bron’ van ideeën
Onderzoek wat ‘mis is’
Plezier
Problemen
Receptie
Relaties
Rookruimtes
Slim, slimmer, slimst
Stilteruimtes
Stimuleren
Testen producten / diensten
Virtueel netwerk
Vóórblijven
Wachten en ideeën
Wandelgangen
Weet je wat jij moet doen…?
Werkomstandigheden
Werkoverleg
Werksfeer
IJsberen
Betrokkenheid. Sfeer is een belangrijke factor voor het welbevinden van medewerkers. Daarmee wordt betrokkenheid gecreëerd die er mede toe leidt dat er wordt meegedacht. 
Bureau collega. Kijkend naar het bureau van een (naaste) collega kan je wel eens denken… ‘poeh’. De volgende stap is om hem of haar op een collegiale manier te zeggen dat iets beter, handiger of efficiënter zou kunnen. 
Decisionroom. Creëer omstandigheden die creativiteit bevordert. Dat kan ook met ruimtes. Met specifieke aankleding, inrichting, kleur, verlichting en geur, kan creativiteit bevorderd worden. Uit onderzoek blijkt ruim 90 procent van aanwezigen zegt dat bewust als positief te ervaren. 
Enneagram type 2. Een werkgroep of team samenstellen? In veel gevallen kan het nuttig of zelfs noodzakelijk zijn om daarin een ‘type 2’, een zogenoemde ideeën-aandrager, op te nemen. 
Entrapreneurship. Ondernemer ‘spelen’ in de eigen organisatie. ‘Dat zouden er meer moeten doen!’ Werk een idee uit alsof je er een eigen bedrijf mee begint. En geef als werkgever medewerkers de ruimte om dat te doen. 
Erg, erger, ergernissen. Ergert u zich ook wel eens aan iets of ziet u anderen dat doen? Mooi moment om dat niet langer te accepteren maar er ook iets aan te doen. Doén! Zeg! Noteer! Schrijf! Reageer! 
Geen idee?! ‘Rubriek’ geen idee?! Als je echt geen idee hebt hoe je iets moet aan- of oppakken kan je dat in de groep (Ideeëncentrum?) gooien. In deze rubriek kunnen ook onderwerpen aan de orde zijn die in feite (nog) geen probleem zijn, zoals: wanneer moet je remmen voor een op oranje springend verkeerslicht? of: hoe haal je poep uit je schoenzool? 
Goed, beter, best… Actie: ‘…wat goed is, kan dus beter’. Wees niet tevreden met iets dat ‘goed’ is. Goed, kan namelijk beter. En als iets beter gaat kan het nog een stap beter: best! Dat besef bijbrengen is een actie waard.: Goed is Goed! Beter is Beter! Best is ’t Best! 
Gooi het in de groep. Kom je ergens niet uit? Gooi het in de groep! En doe dat in een niet-logisch samengestelde groep; dan is de kans het grootst dat u er wel uit komt. 
Inhaken. Inhaken op gewoonten of omstandigheden. Maak gebruik van momenten die er toch al zijn. Na afloop van de werkdag regen? Geef bij de uitgang iedereen een parapluutje of plastic regenjasje mee met de tekst: Goed idee? En een opwekking om morgen ook met een goed idee op het werk te komen. Na één jaar besparing door een idee trakteren omdat het idee ‘jarig’ is met de vraag of je vaker gebak zou willen hebben. Ja? Dan ook met een idee komen. (Die traktatie kan er door die besparing makkelijk van af). 
Inspraak. Of noem het een vragenlijst of een stelling of een enquête of een advies (OR) of… het maakt niet uit. Als je als werknemer maar gelegenheid krijgt om ergens iets over te zeggen. En dan met de resultaten wél iets doen. Kan over het kerstpakket gaan, over menu in het restaurant, over schoonmaak, parkeerplaatsen. Ideeën vragen, is ideeën ontvangen. 
Irritante gebeurtenissen. Irritant; alleen het woord al. Maar waardoor is iets irritant? In het antwoord ligt vaak de oplossing (je mag het ook ‘idee’ noemen) opgesloten. Irriteer je niet langer maar doe er iets aan. En op het moment dat de irritatie het grootst is, is het idee om het op te lossen het dichtstbij. 
Klachten(afdeling). De afdeling Klachten is een bron voor ideeën. Zorg dat je als IDM-er aangesloten bent bij de bespreking over en behandeling van klachten. Of ten minste informatie ontvangt over binnengekomen klachten. Het is een bron van ideeën. 
Koffieautomaat. Koffie halen en met een gespreksonderwerp terugkomen. Rond de koffieautomaat is er een permanente vergadering gaande. Zonder vaste agenda waardoor zeer uiteenlopende onderwerpen aan de orde komen. Van het weer tot de nieuwe directeur, van de verhuizing tot het kerstpakket, van het schoonmaken tot de afscheidsreceptie. Zo hoor je nog eens wat en doe je nog eens ideeën op. 
Lunchafspraak. ‘Hoe gaat ie?” is meestal de eerst vraag bij een lunchafspraak. Soms had je dat beter niet kunnen vragen, want het antwoord is niet altijd bevorderlijk voor een smakelijke lunch. Of juist wel. Maar jouw reactie als onafhankelijke buitenstaander kan wel bevorderlijk zijn voor een waardevol idee voor je lunchgast of voor jezelf. 
Meditatieruimte. Maak een meditatieruimte. Een ruimte met een andere naam mag ook. Het gaat om een ruimte te creëren waar je je even terug kan trekken. Dat kan inderdaad onder de noemer mediteren maar zo’n ruimte is ook uitstekend te gebruiken om op ideeën te komen. 
Naamgeving. Van veel ideeën is de inzender na de beloning en de overhandiging daarvan niet meer bekend en meestal snel vergeten. Geef de concretisering van het idee als het kan de naam van de inzender. Daarmee houdt men het idee levend dat ideeën tot waardevolle resultaten leiden. 
Noteermoment. Wannéér kan je iets noteren? Een betere vraag is: wanneer niét? Toch zijn er plaatsen en momenten die vaker voorkomen. Bijvoorbeeld wachtend in de rij, tijdens een ‘vervelende’ vergadering, voor de televisie, op de fiets, bij een (te) lange toespraak… En waar dwalen die gedachten dan naar af? Juist, vaak naar oplossingen voor een probleem, naar zomaar ideeën, naar suggesties voor het een of ander. Probeer ze te onthouden en ze zo snel mogelijk te noteren. 
Notitieboekje. Wie heeft nooit een bierviltje gebruikt om iets te noteren? Handig zo’n viltje. Maar dat viltje ligt niet op het nachtkastje, niet in de auto, niet in de trein. Dan is inderdaad een handig notitieboekje een uitkomst. Wellicht ook handig om te verspreiden in het bedrijf. Neem er notitie van! 
Omstandigheden ‘bron’ van ideeën. Accepteer kennelijk wel geaccepteerde omstandigheden (noem het problemen) niet! Kijk in je omgeving zowel uit (werk) als thuis (privé) naar onhandige, irritante, gevaarlijke of gewoon zaken die altijd al beter kunnen maar die uit gewoonte blijven zoals ze zijn. Iedereen heeft zijn ‘favoriete’ zaken die vaak verkeerd gaan. Kan je in huis altijd alles vinden, hoe is het met het koffie-apparaat, de slagboom bij de garage, het openen van een blikje of melkpak? 
Onderzoek wat ‘mis is’. Een apparaat, een procedure, een opstelling, een route… er kan heel wat mis zijn in een bedrijf of organisatie. Probeer er achter te komen waardoor iets mis gaat. Dat niet alleen ‘repareren’ maar het structureel zo veranderen dat het voortaan ten minste minder vaak mis is. 
Plezier. Werknemers die werken met plezier (is overigens wat anders dan ‘plezierig werk’) willen dat graag zo houden. Zodra zij merken dat iets het plezier zou kunnen verminderen, gelegenheid geven dat kenbaar te maken en er ook iets aan te doen. 
Problemen. Juist als er problemen onverwacht komen en op momenten dat je ze eigenlijk helemaal niet kan gebruiken, zijn mensen op hun ‘scherpst’. Ze reageren misschien zelfs een beetje primair maar vaak wel met een halve of hele oplossing voor het probleem. 
Receptie. Bedoeld is een receptie bij binnenkomst in een gebouw (dus geen receptie met een hapje-en-een-drankje; overigens ook een goede gelegenheid om het over iets te hebben). Hoe is de procedure? Naamkaartje, nummerkaartje, chipkaartje met speldje, met clip? Hoe verder en wat te doen bij vertrek? Vaak een goed voorbeeld hoe het juist wél of juist niét moet. 
Relaties. Dagelijks ontmoet u al of niet toevallig relaties in de personen van collega’s, leveranciers, ‘echte’ relaties… Valt u iets op of vallen die relaties iets op? Achter een eerste spontane reactie kan een idee zitten. 
Rookruimtes. Een ‘mistige’ ruimte om even te pauzeren voor een sigaretje. Mooie gelegenheid om even rustig iets te lezen op een elektronisch bord of een informatiebord. Of iets te bedenken dat genoteerd kan worden op een formuliertje van de ideeëncommissie… 
Slim, slimmer, slimst. Als u slim bent, schakel dan anderen in als u ergens mee zit. Mensen zijn vaak slimmer dan u denkt. Vraag hoe een probleem opgelost kan worden of iets beter kan. Dat kan individueel maar ook groepsgewijs. 
Stilteruimtes. Zie Meditatieruimte.
Stimuleren. Of noem het motiveren. Werknemers mee laten denken, ideeën, tips, suggesties vragen voor verbeteringen, vernieuwingen of voor oplossen van een probleem, is een stimulans dat zich laat uitbetalen voor alle partijen. 
Testen producten / diensten. Als er toch producten of diensten getest moeten worden schakel dan in elk geval óók werknemers in. Het feit dat hun mening ook gevraagd wordt creëert een hogere mate van betrokkenheid. Daarnaast zullen de reacties ook ‘dieper’ zijn dan bij derden. 
Virtueel netwerk. Op het eigen Intranet een open podium creëren voor werknemers om over onderwerpen (mee) te praten, te denken en wellicht te beslissen. Al of niet met een eigen samen te stellen groep. 
Vóórblijven. Voorkomen is beter dan genezen. Wie kent het gezegde niet? Maar zeggen is iets anders dan doen. Probeer problemen met preventieve maatregelen/ideeën vóór te blijven. (Ook wat gezondheid betreft zoals RSI en burnout.) 
Wachten en ideeën. Sta je ergens te wachten; vrijwel altijd observeer je bewust of onbewust de omgeving. Waarom of waardoor sta je daar te wachten? Brug open? Moeilijke klant voor het loket? Te vroeg of te laat? Of weet je het wel en sta je gewoon even te wachten op iemand of op je trein of bus. Allemaal momenten om op ideeën te komen. Echt waar; daar kan je op wachten… 
Wandelgangen. Eigenlijk zou in elk bedrijf een echte wandelgang moeten zijn. Een tussengang waar veel mensen doorheen lopen. Niet te breed, niet te smal. Niet te lang, niet te kort. Met een goede kans dat je een collega tegenkomt die je wel kent. Op die manier ‘hoor je nog wel eens wat…’ 
Weet je wat jij moet doen…? Zeg je dat ook wel eens? En als je dat doet is het meestal als reactie op iets wat je hoort of ziet. Een reactie die ook spontaan ideeën kan opleveren. 
Werkomstandigheden. Maak de omstandigheden om te werken plezierig(er). Qua ruimte, licht, ventilatie, bureaus, stoelen, kasten, wandversiering, geluid, planten. Het betaalt zich terug in plezieriger werken en daardoor met meer kansen op gemotiveerder personeel. Ook als er om ideeën wordt gevraagd. 
Werkoverleg. Binnen het gewone werkoverleg als vast onderdeel een meedenk-moment op de agenda zetten. Hoe gaat het of Hoe vind je dat het gaat? Kan het (nog) beter? Zijn er problemen? Wat heb je gemerkt in het bedrijf? Suggesties voor X of Y? 
Werksfeer. Als de sfeer in een bedrijf goed is, blijkt personeel eerder geneigd is met ideeën te komen voor (verdere) verhoging van bijvoorbeeld efficiency, productie en werksfeer. 
IJsberen. Loop je ijsberend heen-en-weer om aan het een te denken, kunnen opeens andere gedachten in het hoofd opkomen. Laat dat andere niet lopen en noteer!  |