Maak gebruik van technieken
Ideeën komen op vele manieren tot stand. Soms onbewust door een individuele ingeving en zonder aanleiding. Er zijn echter ook technieken die te gebruiken zijn om tot een vooraf bepaald doel te komen. Over dat laatste gaat het in dit hoofdstuk.
Afhankelijk van het onderwerp, de organisatie en de lokale gebruiken, zijn er vele wegen die naar Rome leiden. In dit hoofdstuk van de DienstenKIT komen technieken aan de orde die bij bijeenkomsten en activiteiten als wegwijzers naar Rome kunnen dienen. (In hoofdstuk Ideemomenten vindt u momenten van interactie en belevenissen die tot spontane ideeën kunnen leiden.)
Voor enkele technieken is de informatie afkomstig uit andere literatuur. Nummers achter de namen van de hoofdstukjes verwijzen naar de volgende boeken (zie ook in de rubriek Boeken):
1. Marketing voor Dummies
2. Je hok uit!
3. Anders denken, nieuwe kansen
4. Uw fiets is jarig
5. Praktijkhandboek Innovatiemanagement
6. Breineconomie
Voor hoofdstukjes met een * is ook gebruikt gemaakt van informatie uit syllabi van HG-IDEE.
Analogieën (1)
Brainstormen
Brainwriting (2)
Breinwerkers
Chatsessie
Concurrerende teams (1)
Digitale ideeënbus
Discussieplein
Doorgeven (1)
Entrepreneurship (1)
Focus en resultaat
Ideeënbus
Ideeënmanagement
Ideeënteams
Ideetoernooien (2)
IDsessie
Inhaken (4)
Innovatieproces (5)
Kansdenken (3)
Kansgericht vragen (2)
Kansteam
Klassieke vragen (1)
Lateraal denken (De Bono)
Metaplan
Motiveren (2)
Nominale groepstechniek (1)
Omkeeridee
Onderzoekteams (6)
Onmogelijke ideeën
Open innovatie
Oplosmiddel
Over de schutting kijken
Pareto-analyse
Prijsvragen
Rubriek Probleem van de ….
Thema(tische acties)
Uitwisseling
Van een idee komt een idee
‘Vertaal’ ideeën
Wensdenken (1)
Analogieën (1)
Voortbouwen op dat wat al is; hetzelfde maar dan anders; overeenkomstige feiten wijzigen. Daar gaat het bij analogie om en dan in het bijzonder om een niet zo’n voor de hand liggende relatie met het onderwerp. Vraag een groep na te denken over zaken die vergelijkbaar zijn met het onderwerp of met het probleem. In eerste instantie zullen groepsleden conventionele ideeën spuien. Maar daar raken zij snel doorheen. Om verder te gaan moeten ze nieuwe analogieën bedenken.
Brainstormen (1)
Het doel van brainstormen is om te komen tot een lange lijst van ideeën. En die ideeën kunnen niet ‘gek genoeg’ zijn en zonder gêne geroepen mogen worden.
Er zijn heel veel vormen die onder de noemer brainstormen vallen. Wat zij gemeen hebben is dat het een eenvoudige, goedkope, efficiënte maar vooral ook dat het een gestructureerde manier is. Een brainstorm begint met een duidelijke en concrete vraag die aan een groep wordt voorgelegd. De samenstelling van de groep is belangrijk en sterk bepalend voor het eindresultaat. Het doel moet zijn ‘ruwe’ ideeën te bedenken die later worden uitgewerkt. De structuur zit ook in het brainstormproces. In de eerste fase is er de briefing en de constructieve vraagstelling ‘waar gaan we over nadenken?’. Daarna komt het ‘echte’ werk. In eerste instantie worden er zoveel mogelijk ideeën gespuid. Daarbij is het belangrijk dat iedereen dat zonder gêne doet en ook dat de ideeën zonder commentaar worden genoteerd. Vooral in dit stadium is een brainstormbegeleider belangrijk.
Als laatste de fase van het selecteren en het ontwikkelen van de ideeën. En om het allemaal mooi af te maken (en wellicht om het een volgende keer nog beter te doen) een evaluatie.
En: een keer brainstormen met jezelf kunnen ook mooie ideeën opleveren.
Brainwriting (2)
Brainwriting is een techniek die uiterst effectief is wanneer een team snel met elkaar een groot aantal ideeën wil genereren en waarbij het zaak is dat iedereen zijn of haar input levert. ‘Brainstormen’ is voor brainwriting de bekendste techniek (zie Brainstormen). 
Breinwerkers
Innovativiteit in het creëren van waarde voor alle belanghebbenden is de opdracht in de ‘breineconomie’. De aantrekkingskracht van innovatieve ondernemingen op innovatieve mensen is de sleutel tot die nieuwe waardecreatie. Bedoelde innovatieve mensen zijn de breinwerkers die kennis combineren met andere breinkwaliteiten. Met die kwaliteiten, zijnde creativiteit, leervermogen, communicatieve vermogens en besluitvaardigheid, zijn zij in staat om een onbekend en onontgonnen terrein te betreden. 
Chatsessie
Een chatsessie kan gehouden worden binnen een organisatie. Zo’n sessie moet met een duidelijk onderwerp altijd ergens over gaan. Hoe duidelijker het onderwerp kan worden beschreven, hoe beter het resultaat. Een chatsessie kan binnen het Ideeëncentrum in gang gezet worden met leden en of geselecteerde personen. Voor een chatplein kan de website van het Ideeëncentrum gebruikt worden. 
Concurrerende teams (1)
Om creativiteit te stimuleren kunnen binnen bedrijven teams samengesteld worden. Binnen een af te spreken tijd komt een team (bestaande uit twee of drie personen) met een idee of oplossing voor een probleem. Een beoordelaar (je mag het ook jury noemen) beslist wie wint. Daarmee is het niet afgelopen maar begint het juist. De teams die elkaar tot dan toe beconcurreerden gaan dan samenwerken om het winnende idee of oplossing verder uit te werken en eventueel te verbeteren. 
Digitale ideeënbus
Net zoals de fysieke ideeënbus (zie Ideeënbus) is de digitale ideeënbus geen echte techniek om medewerkers aan te zetten tot of te helpen bij het creëren van ideeën. Maar op het moment dat een medewerker geconfronteerd wordt met iets van de digitale ideeënbus is er een contactmoment dat tactisch uitgespeeld kan worden. 
Discussieplein
Met discussieplein wordt hier bedoeld ‘chatsessie’; zie Chatsessie. 
Doorgeven (1)
Je kent het nog wel van vroeger: zittend in een kring een woord fluisterend doorgeven. Als het de kring is rondgegaan zal het woord veranderd zijn. Dat principe wordt ook gebruikt bij dit ‘doorgeven’. Iemand schrijft iets op over een onderwerp of probleem. Buurman schrijft daar, al of niet geïnspireerd door zijn of haar voorganger, een regel onder. Laat het papier net zo land rondgaan tot er niets zinnigs meer te noteren valt. 
Entrepreneurship (1)
Intern ondernemerschap is een andere benaming voor entrepreneurship. Het gaat daarbij om het stimuleren van individueel gedrag. Bedrijven kunnen in twee ‘kampen’ gedeeld worden. Enerzijds wordt door de top werknemers aangesproken op hun ondernemersvaardigheden. Anderzijds blijkt dat entrepreneurship bij veel bedrijven juist tegengewerkt en ontmoedigd te worden. Met een gestructureerde aanpak en een duidelijk beleid kan ‘entrepreneurship’ voor alle partijen een zinvolle bijdrage leveren. 
Focus en resultaat
Een focus levert een beter resultaat. Zomaar in het wilde weg ideeën spuien kan, maar blijkt in de praktijk niet echt te werken. Wat wel werkt is ideeën leveren voor een concreet probleem of voor een duidelijk geformuleerd uitgangspunt. Ook focus in ‘tijd’ komt de kwaliteit van de ideeën ten goede. 
Ideeënbus
De aloude en vroeger zo vertrouwde ideeënbus is geen echte techniek; eerder een táctiek.Bij bedrijven waar nog een echte bus aanwezig is, levert het zien ervan nog steeds een stimulans op om een idee in te leveren. Ook waar: het is in deze tijd met alle elektronische mogelijkheden die in plaats van de ideeënbus zijn gekomen niet meer dan een hele kleine aanvulling. Is het een idee om bij bedrijven waar de echte bus nog hangt, deze elk kwartaal op een andere plek te hangen? Dan komt ie ook nog eens op andere afdelingen dan de ‘werkvloer’. (En de gang bij de Raad van Bestuur niet overslaan!) 
Ideeënmanagement
In het Lexicon Ideeëncentrum wordt Ideeënmanagement (afgekort: IDM of idm) omschreven als ‘in een bedrijf of organisatie aanwezige filosofie op het gebied van ideeën en ideeënsystemen’. Maar er zijn meerdere definities. Zo verstaat de Belastingdienst onder ideeënmanagement ‘het faciliteren van het vangen, registreren, selecteren, beoordelen en implementeren van spontaan ontstane ideeën van medewerkers door een professionele organisatie’. Doe er uw tactische en technische ideevoordelen mee. 
Ideeënteams
Stel een team samen om aan een ideeëntoernooi mee te doen. Aan een Ideeëntoernooi (zie Ideeëntoernooien) kan je met ‘losse’ spelers maar ook met een ‘vast’ team meedoen. Zo’n team kan bestaan uit alleen collega’s, maar ook uit een medewerker of medewerkers aangevuld met familie, buren, vrienden en leveranciers. 
Ideetoernooien (2)
Om aan nieuwe ideeën te komen organiseren bedrijven een Ideeëntoernooi. Er kan individueel aan deelgenomen worden, maar soms ook met een ideeënteam (zie Ideeënteams). Regels moeten de deelnemers duidelijk maken waaraan zij zich voor een toernooi te houden hebben (tijd, doel, prijzen…). Een dergelijk toernooi combineert plezier met competitie; het is leuk om in de slag te gaan met collega’s voor een prijswinnend idee. Het competitieve aspect stuwt het aantal ideeën op. 
IDsessie
Een nieuw soort bijeenkomst georganiseerd door het Ideeëncentrum is de IDsessie. In principe te houden bij een gastbedrijf, tevens lid van de vereniging. Per keer komt steeds één onderwerp ‘naar keuze’ ter sprake. Belangrijk bij IDsessies is ook het (nader) kennismaken met collega Ideeënmanagers en het uitwisselen van ervaringen. Lees meer. 
Inhaken (4)
Inhaken is geen echte techniek, maar tactisch kan het wel zijn. Gewoon iets wat je ziet, hoort of leest en daar dan iets mee doen. Inhaken maar!
Naar aanleiding van iemand of iets, iets (anders) bedenken. Iemand kan jarig zijn, maar ook een idee: hoe lang geleden was het dat een bepaald idee is ingezonden? De spaaractie bij de supermarkt kan ook bij een bedrijf met een spaarkaart van ideeën. Familie Y bespaarde in drie jaren dat bedrag aan energie; reken uit hoeveel een idee in drie (of meer) jaren opleverde. 
Innovatieproces (5)
Een vaste managementstructuur is nodig om een innovatieproces op projectmatige wijze uit te kunnen voeren. Een vaste en duidelijke procedure moet het mogelijk maken om na te gaan welke werkzaamheden door wie worden verricht, wanneer er momenten zijn voor rapportage en overleg. Met als doel innovatieprojecten te implementeren die tot verbetering van bedrijfsprocessen leiden.
Kansdenken (3)
Omstandigheden bepalen in sterke mate het al of niet krijgen van ideeën. De kans op een idee is groter als je muziek draait die je stemming positief beïnvloedt, je met veel plezier een wandeling maakt of geniet van een heerlijk uurtje in de tuinstoel. Heb je je dat nog nooit gerealiseerd? Wees ervan bewust dat iedereen momenten heeft waarop men meer of minder creatief is. 
Kansgericht vragen (2)
‘Voor jou een vraag, voor mij een idee.’ Met deze variatie op een gezegde is ‘Kansgericht vragen’ te bestempelen. Het gaat hier vooral om de káns die veranderingen vaak met zich meebrengen. Vragen zetten ons in beweging en kunnen aanleiding zijn om je af te vragen: hoe verder…, wat nu…, en straks dan…? In het antwoord of de reactie op deze vraag ligt vaak een idee besloten. 
Kansteam
In potentie kansrijke maar op het oog ingewikkelde ideeën vallen nog wel eens ten prooi aan eerst uitstel en later geheel afstel. Probeer dat te voorkomen door het instellen van een zogenoemd Kansteam. Zo’n team wordt geformeerd uit medewerkers die dit naast hun eigen werk doen. Zij nemen ideeën over die anders door een investering in tijd, menskracht en middelen, buiten de boot vallen. NB. Het moeten wel ideeën zijn die niet heel gemakkelijk te implementeren zijn. 
Klassieke vragen (1)
Wie…, Waar…, Waarom…, Hoe…, Wat…? Zo beginnen ‘klassieke vragen’. Deze vragen dwingen een individu of een groep grondaannames te onderzoeken, meningen te heroverwegen of tot nieuwe inzichten (ideeën) te komen. Een invul-oefening met Tien Klassieke Vragen met daarin steeds de mogelijkheid om een andere onderwerp in te vullen. Met als resultaat geen klassieke ideeën. 
Lateraal denken
De Bono verzon het begrip ‘lateraal denken’ om een denkpatroon aan te geven die er volgens hem niet zou zijn. Als je alleen op gebaande paden wandelt kom je nooit ergens anders. Dat wil De Bono met zijn denkbeeld veranderen. 
Metaplan
Deze techniek kan worden gebruikt als facilitatie-methode voor groepen en als communicatiemiddel waarin men zich via stappen kan focussen op een probleem en de mogelijke oplossingen daarvoor. Via deze techniek genereert men een groot aantal meningen en ideeën met betrekking tot het onderwerp. Doordat de gehele doelgroep er actief aan meewerkt, krijgt de oplossing ook een breed draagvlak. 
Motiveren (2)
De ‘techniek’ om medewerkers creatief of creatiever te laten zijn is ook ‘motivatie’. Meedenken dat tot ideeën leidt komt mede voort uit de motivatie om dat te doen.
Het management moet voorwaarden scheppen waardoor medewerkers gemotiveerd zijn om met ideeën te komen die op hun beurt leiden tot permanente verbeteringen en vernieuwingen. 
Nominale groepstechniek (1)
De ‘Nominale groepstechniek’ moet ervoor zorgen dat elk groepslid originele ideeën aanlevert. Start met een duidelijke uiteenzetting en formulering van het probleem. Ieder schrijft zoveel mogelijk ideeën op. Daarna worden de ideeën aan de groep voorgelezen. Vervolgens is er gelegenheid om vragen te stellen en ideeën te verduidelijken. ‘Finish’ met het beste idee aan te wijzen. 
Omkeeridee
Men neme… een oplossing en bedenk daar een probleem bij.
Soms ‘vind’ je iets dat als goede oplossing is gevonden voor een (kennelijk) eerder probleem. Je was er niet op zoek naar maar het komt op je weg. Onthoud de oplossing (vraag, noteer, teken) om later zelf ooit nog eens te gebruiken. 
Onderzoekteams (6)
Sommige bedrijven stellen teams samen die onderling communiceren over een probleem. Het ‘probleem’ dat zij onderzoeken hoeft geen echt probleem te zijn maar kan ook te maken hebben met beleid of strategie van het bedrijf. Zo kent Nokia onderzoekteams die in het leven geroepen zijn die onderling bellen of mailen over de strategie voor innovatie. 
Onmogelijke ideeën
Verzin een onmogelijk idee en kijk dan of het tóch mogelijk is
‘Dat kan niet!’, is vaak de reactie op een onmogelijk lijkend idee waarna het direct wordt afgeschoten. Maar juist onmogelijke ideeën kunnen goud waard zijn. Anders hadden we waarschijnlijk nu nog niet gevlogen en was het wiel nog steeds niet rond. 
Open innovatie
De basisgedachte achter Open innovatie is dat het onmogelijk is dat ‘alle slimme mensen van de hele wereld’ in één bedrijf werkzaam zijn. Bij deze strategie (techniek) zoeken bedrijven, kennisinstellingen en overheden, ideeën en kennis voor nieuwe producten of diensten heel bewust buiten de eigen organisatie. 
Oplosmiddel
Ideeënsysteem als (intern) oplosmiddel. Een probleem wordt bedrijfsbreed voorgelegd aan alle medewerkers en/of relaties van een bedrijf. Het moet wel een écht probleem zijn waardoor het extra aandacht krijgt. Iedereen mag een oplossing inzenden. 
Over de schutting kijken
Het is een vorm van Open innovatie (zie Open innovatie). Het komt erop neer dat voor het oplossen van een probleem of voor een verbetering het niet altijd intern gezocht hoeft te worden. Houd ogen en oren open; het kan de snelste en minst kostbare oplossing zijn voor eigen problemen. 
Pareto-analyse
Een Pareto-analyse gaat ervan uit dat 80% van de problemen wordt veroorzaakt door maar 20% van de omstandigheden. Probeer dus de omstandigheden die de 20% veroorzaken te definiëren. Zet alle problemen, waar mogelijk gegroepeerd, bij elkaar. Waardeer elk probleem zoals percentage van omzetverlies, het aantal keren dat het zich voordoet en met hun winstkansen. 
Prijsvragen
Een prijs-vraag is een stimulans voor een idee-antwoord. Een techniek (prijzen!) die eventueel ook een andere publieks- of medewerkersgroep bereikt. Het kan een eenvoudige (prijs)vraag zijn voor een probleem of voor een verbetering. Maar ook een ‘open’ vraag om in een bepaalde periode een idee in te sturen, kan een mooi resultaat opleveren. 
Rubriek ‘Probleem van de …’
Binnen het Ideeëncentrum (via website?) een rubriek starten ‘Het probleem van de week, maand, kwartaal’. Elk lid van de vereniging kan een probleem daarvoor opgeven. Anderen, leden maar ook niet-leden mogen daar ideeën als oplossing voor aandragen. 
Thema(tische acties)
Thematische acties leveren meer op. Om bepaalde acties meer onder het voetlicht te brengen hang daar een thema aan (zie ook Focus en resultaat). 
Uitwisseling
Heel veel ideeën zijn zo ‘neutraal’ dat zij ook voor andere bedrijven of organisaties interessant kunnen zijn. Dat uitwisselen kan op een actieve en op een passieve manier. Actief als er door iemand een idee wordt gevraagd of aangeboden voor een probleem of een verbetering. Passief door te reageren op een aangeboden idee of als men zelf een idee heeft voor de oplossing van een probleem. 
Van een idee komt een idee
Bedenk: van een idee komt een idee. Vaak wordt een idee vervolmaakt door iemand die door een ander geïnspireerd wordt. Creëer daarvoor een situatie waarin ‘aangevers’ veel gaan roepen en ‘vervolmakers’ het idee over kunnen nemen. 
‘Vertaal’ ideeën
Veel ideeën kunnen niet één-op-één worden overgenomen doordat de omstandigheden anders zijn. Maar vaker dan u denkt kunnen ideeën van anderen of andere bedrijven wel gebruikt worden als ze eerst worden ‘vertaald’ naar de eigen situatie. Een woordenboek voor die vertaling bestaat er niet 
Wensdenken (1)
Wensdenken is een vreemd fenomeen. Je realiseert het je niet maar in wensdenken zitten heel veel ideeën. Als je zegt ‘ik wil graag…’ of ‘ik zou wel eens…’, zit in die opmerking ook vaak een eerste opstap naar een idee. Hierbij kan wellicht ook het Ideeëncentrum als intermediair optreden en hulp bieden in de leemte die er is tussen wens en werkelijkheid. 
|